Ga naar hoofdinhoud

Hoe werkt Allo

Allo is een off-grid communicatiesysteem waarmee groepen kunnen blijven communiceren en coördineren wanneer internet en mobiele netwerken niet beschikbaar zijn. Het wordt onder andere gebruikt door lokale en regionale overheden en organisaties die ook tijdens verstoringen over een eigen communicatiemiddel willen beschikken.

Je telefoon maakt via Bluetooth verbinding met een Allo apparaat. Dit apparaat communiceert via radio met andere Allo apparaten en vormt daarmee onderdeel van het lokale Allo radionetwerk. Via de Allo app kun je berichten versturen naar en ontvangen van andere deelnemers in dat netwerk.

Deelnemers

Binnen Allo staat niet het apparaat, maar de deelnemer centraal. Een deelnemer kan bijvoorbeeld een persoon, locatie of voertuig zijn:

  • Noodsteunpunt Dorpstraat
  • Coördinatiepunt Gemeentehuis
  • Dienstwagen (J-170-HJ)
  • Burgemeester

Deze deelnemers worden vooraf aangemaakt in het Allo Dashboard. Iedere deelnemer heeft binnen het radionetwerk een unieke identiteit waarmee berichten naar de juiste bestemming kunnen worden gestuurd.

Ook gespreksgroepen worden in het dashboard aangemaakt. Daarmee kan één bericht tegelijkertijd naar een vooraf bepaalde groep deelnemers worden gestuurd.

Apparaten en gebruikers

Een Allo apparaat kan aan een vaste deelnemer zijn gekoppeld, bijvoorbeeld aan een locatie of voertuig. Wie met zijn telefoon verbinding maakt met dat apparaat, communiceert op dat moment namens die deelnemer.

De gebruiker van de app en de deelnemer in het radionetwerk zijn dus niet noodzakelijk dezelfde persoon. Een vrijwilliger die dienst heeft op Noodsteunpunt Centrum kan bijvoorbeeld berichten versturen en ontvangen als Noodsteunpunt Centrum.

Welke personen toegang hebben tot Allo en met welke apparaten en deelnemers zij mogen werken, wordt eveneens beheerd in het dashboard.

Het Allo dashboard

Het Allo dashboard is de plek waar een organisatie haar Allo-netwerk voorbereidt en beheert. Hier worden onder andere deelnemers, apparaten, gebruikers en gespreksgroepen ingericht.

Daardoor kan een organisatie haar communicatiestructuur vooraf klaarzetten. Zodra het reguliere netwerk uitvalt, hoeven gebruikers niet eerst uit te zoeken wie met wie moet communiceren: de structuur staat al klaar.